Header image
header image 2
 
Onofficieel

 
 
Historie in vogelvlucht

Ofschoon er natuurlijk al eeuwen lang branden woerden geblust, dateren de eerste feiten over een georganiseerde brandweer in Bennekom uit 1772. Op 11 mei van dat jaar werd er in de Oude of Sint Alexanderkerk een buurtspraak van de 'Buurt van Bennekom' gehouden, waarbij de aankoop van een brandspuit met emmers en brandzeilen op de agenda stond. Er werd besloten tot aankoop over te gaan. Het benodigde geld kwam uit vrijwillige giften, in totaal 335 gulden en 6 stuivers. De brandspuit werd voor 275 gulden aangeschaft bij de Meesterkoperslagers Evert en Willem van Herwaerden in Aalten.

De nieuwe aanwinst werd op 21 september 1772 in Bennekom afgeleverd, waarna op 22 en 23 sepbtember de spuit onder grote belangstelling werd beproefd. Inmiddels was een zogenaamd 'brandhok' in de kerk gebouwd, waarin het materiaal werd ondergebracht. In 1781 werd het resterende bedrag uitgegeven aan vet voor de leren slangen.

In 1822 was deze spuit nog steeds in gebruik en was het zelfs de enig goed bruikbare brandspuit in het Ambt Ede. Pas in 1862 werd deze spuit vervangen door een nieuwe.

Halverwege de 19e eeuw kwam er meer structuur in de brandbestrijding. Er werd een klepperman aangesteld en elk huishouden werd verplicht een lantaarn en een emmer voorzien van huisnummer paraat te hebben. Verder werden er dorpsbewoners aangesteld als brandwacht, onderbrandmeesters en brandmeester, in totaal 10 personen.

Op 18 juni 1862 arriveerde de nieuwe brandspuit in Bennekom. Het was een draagspuit, geleverd door de Arnhemse brandspuitfabrikant J.H. Potman. Ook het materiaal werd uitgebreid, nieuwe slangen, kaarsen voor verlichting bij nachtelijke inzetten, emmers,waterzakken en een tweede spuit. Daardoor werd de behuizing in het brandhok in de kerk te klein. In 1881 werd een spuithuis aan de Dorpsstraat tegenover de kerk gebouwd voor een totaal bedrag van 469 gulden en 64 cent. De sleutels van die spuithuis werden in, voor iedereen toegankelijke, kastjes opgehangen. Dat gaf ook in die tijd al problemen, zodat de sleutels in bewaring kwamen bij de klokkenluider van het dorp.

In 1903 werd het spuithuis afgebroken en opnieuw neergezet naast de 'oude school' aan de Schoolstraat. Jarenlang had de waterwinning plaatsgevonden vanuit twee putten, maar in het begin van de 20e eeuw weren brandkranen geplaatst, welk in aantal gestaag toenamen. In 1916 waren er 34, waarvoor de gemeente 1 gulden per jaar aan te waterbedrijf betaalde. De inventaris van het spuithuis was ook weer verder gegroeid. In 1928 waren er twee spuiten, een éénspan voor een paard dat pastte op beide spuiten, een paardenzeel, een zuigbuis van 5 meter met mand en kurk, 6 slangen variërend in lengte tussen 16 en 38 meter, voorzien van koppelingen van model 'Utrecht', 6 pompstokken, 2 straalpijpen en een slangenwagen met 19 slangen met Storzkoppelingen en voorzien van een lange lijst met gereedschappen en hulpmateriaal. Tenslotte werden de 4 ladders bewaard in de kerktoren.

Op 20 oktober 1944 was Bennekom volledig geëvacueerd, waarna het spuithuis werd leeggeroofd. In mei 1945 werd een nieuwe start gemaakt en werd een tijdelijk onderkomen betrokken aan de Bovenweg, maar was eigenlijk te beperkt voor het nieuwe materieel, een tweewielige moterspuit van Bikkers, 1500 l/m, een autotrekker-personeelswagen en een slangenwagen met 357 meter duims slangen en 228 meter tweeduims slangen. In 1947 kwam daar nog een 'Heavy Utillity Personel' voeruig bij, welke afkomstig was van de militaire dump van het vliegveld Deelen. Deze zou blijven tot 1955.

Ondertussen werden plannen gemaakt voor een nieuwe locatie van een brandweergarage, maar pas in 1953 kon de brandweer verhuizen naar de aanbouw van de politiewoning aan de Bergakkerweg. Hier staat de kazerne in verbouwde vorm nog steeds. Inmiddels was er natuurlijk ook een nieuwe generatie brandweermannen onstaan. Het korps Bennekom telde in 1947 16 leden.

In 1955 werd het oude materieel van de hand gedaan en werd een lagedruk autospuit aangekocht, ook afkomstig uit de dumpvooraad. Het bouwjaar van deze AS10 was 1944, maar was voorzien van een Stork pomp uit 1954. Deze wagen zou 14 jaar in het Bennekomse dienst doen. Hij werd vervangen door een Daf/Bikkers TS met een watertank van 3000 liter.

In 1980 werd de kazerne gemoderniseerd en in 1982 kon een nieuwe TS in ontvangst worden genomen. Deze Mercedes TS was opgebouwd door Doeschot/Rosenbauer, had een lage- en middeldrukpomp en een watertank van 2750 liter. Deze TS zou 16 jaar dienst doen, want in 1998 werd het huidige TS geleverd. Daarna werd de kazerne nog een keer gemoderiseerd, om aan de eisen van de huidige tijd te kunnen voldoen.